Kennisbank

Belasting spaargeld

Redactie Sparen.nlLaatst gewijzigd op

Iedere Nederland betaalt in box 3 belasting over zijn of haar eigen vermogen. Tenminste, als het vermogen hoger is dan de heffingsvrije grens. Deze heffingsvrije grens bedraagt 21.330 euro. Tot je eigen vermogen behoort onder meer je spaargeld, beleggingen en een eventuele tweede woning. Hoe belasting betalen over spaargeld werkt en hoeveel belasting op spaargeld je betaalt, lees je in dit artikel.

De belasting zoveel als mogelijk compenseren? Vergelijk dan eerst alle spaarrekeningen. Loop geen rente-inkomsten mis en open direct online de rekening met het hoogste rendement. Spaarrekeningen vergelijken >>

Belasting betalen over spaargeld

Iedere Nederlander is dus verplicht om over het eigen vermogen boven de heffingsvrije grens belasting te betalen. Je betaalt 1,2 procent rendementsheffing over het bedrag boven deze heffingsvrije grens. Dit percentage komt als volgt tot stand: de Belastingdienst gaat er vanuit dat je per jaar een rendement van 4 procent over je spaargeld behaalt. Over deze 4 procent heffen zij 30 procent belasting. En 30 procent van 4 is 1,2 procent.

Het belastingtarief van 1,2 procent staat vast, ook als je geen 4 procent rendement behaalt. En die kans is op dit moment vrij groot, omdat de huidige rentetarieven veel lager zijn dan 4 procent. Toch houdt de Belastingdienst vast aan dit percentage.

Let op: Tot 2012 werd de hoogte van je spaargeld getoetst aan de hand van twee peildata: 1 januari en 31 december. Vanaf 2012 kijkt de Belastingdienst alleen nog maar op 1 januari naar de hoogte van het eigen vermogen. Het eigen vermogen op 1 januari bepaalt de hoogte van de belasting.

Belasting over spaargeld – Fiscale partners

Voor fiscale partners geldt een verhoogde heffingsvrije grens. De Belastingdienst beschouwt je in de volgende gevallen als fiscale partner:

  • Als je getrouwd bent
  • Als je een geregistreerd partnerschap bent aangegaan

Voor fiscale partners geldt een gezamenlijke heffingsvrije grens van 2 x 21.330 = 42.660 euro.

Belasting op spaargeld – Andere vrijstellingen

Naast de heffingsvrije grens werkt de Belastingdienst nog met een aantal andere vrijstellingen. Er geldt een vrijstelling bovenop de heffingsvrije grens voor:

  • Beleggingen in maatschappelijke en culture fondsen en in durfkapitaal.
  • Pensioenproducten, zoals een lijfrente of banksparen. Je betaalt geen belasting over dit deel van het eigen vermogen.
  • Een uitvaartverzekering of andere overlijdensrisicoverzekering.
  • Als je 65 jaar of ouder bent en een laag inkomen hebt, kom je mogelijk in aanmerking voor ouderentoeslag. De ouderentoeslag kan ervoor zorgen dat het heffingsvrije vermogen verhoogd wordt.

Daarnaast kun je schulden gebruiken om het eigen vermogen te verlagen. Het gaat hierbij om schulden die in box 3 van de belasting vallen (zoals kredieten). Je mag bijvoorbeeld niet je hypotheekschuld van het eigen vermogen in box 3 aftrekken.

Tip! Meer over de exacte hoogte en werking van deze vrijstellingen lees je in het artikel 'Vrijstelling vermogensrendementsheffing'.